Dit hoofdstuk in Word klik hier Materieelstrafrecht

Materieel strafrecht

 

Het materieel strafrecht geeft antwoord op de volgende drie vragen die beginnen met de W.

Bronnen materieel strafrecht

Ø      wetten alg.

Ø      maatregel van bestuur,

Ø      verordeningen en

Ø      keuren

Strafrecht Het strafrecht wordt onderscheiden in het zogenaamde materiële strafrecht en het formele strafrecht.

materieel strafrecht

formeel strafrecht hfdst 8 ook wel procesrecht of strafvordering genoemd.

regelt zaken als strafbaarheid van de handeling,

Ø      wie strafbaar is,

Ø      wat is strafbaar

Ø      welke straf staat erop,

Ø      welke omstandigheden

Het Wetboek van Strafrecht neemt een centrale plaats in. Het Wetboek van Strafrecht is ingedeeld in 3 delen deze delen worden boeken genoemd

Boek 1: Algemene Bepalingen

Boek 2: Misdrijven (rechtsdelicten → altijd opzet vereist)

Boek 3: Overtredingen (wetsdelicten)

(AMO)

Verder vind je ze in

Verordeningen

Keuren

Bijzondere wetten

Alg. maatregelen van bestuur

gaat over procedures die gevolgd moeten worden door bijv. ambtenaren als iemand een misdrijf of een overtreding heeft begaan.

 

Het Wetboek van Strafvordering neemt een centrale plaats in.

Ook te vinden in bijzondere wetten

Boek 1 van WvSr zijn Algemene Bepalingen

Ø      De werking van de Nederlandse strafwet

Ø      De strafuitsluitingsgronden

Ø      Poging tot strafbare feiten

Ø      Deelneming aan strafbare feiten

Ø      Samenloop van strafbare feiten

Slotbepaling De slotbepaling van het eerste boek van het Wetboek van Strafrecht zegt dat de Titels I tot en met VIII A ook van toepassing

zijn op andere wetten en verordeningen waarop straf is gesteld, tenzij deze wet anders bepaalt.

Dit betekent, dat deze bepalingen ook voor de andere wetgevers gelden, zoals de provinciale staten, de gemeenteraad e.d. en dat zij daar niet

van af mogen wijken. Deze Slotbepaling geldt slechts voor die wetten en verordeningen die strafbepalingen bevatten.

Tenzij de wet (d.i. een formele wet)

anders bepaalt betekent, dat hoogste wetgevende macht in Nederland, de regering en de Staten-Generaal, wel van deze bepaling mag afwijken.

De werking van de Nederlandse strafwet

Legaliteitsbeginsel = geen straf is strafbaar dan uit kracht van een daaraan voorafgaande wettelijke strafbepaling bepaalt dat een wet

 eerst een strafbepaling moet bevatten voordat iemand die wet kan overtreden. Straffen met terugwerkende kracht is niet mogelijk.

Een verdachte zal nooit nadeel kunnen ondervinden van het feit dat wetten veranderen.

Territorialiteitsbeginsel Dit wil zeggen dat het Wetboek van Strafrecht in principe van toepassing is op iedereen die zich in Nederland

(ons territorium, het grondgebied van Nederland tot ong. 22 km uit de kust en het luchtruim tot ong. km) schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Het gewoonterecht (ongeschreven wetten) is geen basis voor het strafrecht.

Vlagbeginsel Dit wil zeggen dat het Nederlandse strafrecht ook van toepassing is op een ieder die buiten Nederland aan boord van een

Nederlands vaartuig of luchtvaartuig aan enig strafbaar feit schuldig maakt.

Het strafbare feit Een strafbaar feit is een wederrechtelijke, aan schuld te wijten uiting van menselijk gedrag die gedekt wordt door een

delictomschrijving.

Strafbaar feit

Menselijke gedraging

Het moet een menselijke gedraging zijn.

Wettelijke delictsomschrijving

Moet in een wettelijk voorschrift of wetsartikel omschreven zijn.

De opbouw van een wettelijke strafbepaling:

Ø      Kwalificatie Is de naam van het wetsartikel die gegeven is door de wetgever.

Ø      Norm omschrijving van de strafbare gedraging, de norm bestaat uit bestanddelen.

Ø      Sanctie is de maximale straf die opgelegd kan worden

Wederrechtelijk

De persoon handelde zonder dat hij daartoe het recht had.

Aan schuld te wijten

In alle gevallen moet het gepleegde strafbare feit, de verdachte, verweten kunnen worden.

Bij overtredingen hoeft de schuldvraag niet te worden gesteld. Schuld wordt aangenomen tot het tegendeel aannemelijk is.

Schuld Schuld in ruime zin is een verzamelnaam voor opzet en schuld in enge zin.

Opzet Opzettelijk wil zeggen dat de verdachte het strafbare feit willens en wetens moet hebben gepleegd.

 Andere benamingen kunnen zijn:

ü      Wetende dat,

ü      Terwijl hij weet,

ü      Met het oogmerk

Schuld in enge zin

Bij schuldmisdrijven is er sprake van ongewild gevolg, het moet wel gaan om ernstige vorm van onachtzaamheid of onzorgvuldigheid.

Andere benamingen kunnen zijn:

Ø      niet de nodige voorzorg nemen

Ø      ernstige reden hebben om te vermoeden

Ø      redelijkerwijs moet vermoeden

Bij overtredingen word de schuld aangenomen tot het tegendeel blijkt.

Wettelijke strafuitsluitingsgronden

Strafuitsluitingsgronden: alleen de rechter bepaald of er sprake is van Strafuitsluitingsgronden, en als dit zo is wordt de uitspraak ontslag

van rechtsvervolging.

De buitenwettelijke schulduitsluitingsgrond is: AVAS (afwezigheid van alle schuld). Dit is voor het eerst aangenomen in het Melk & Water-arrest: "geen straf zonder schuld". Voor een geslaagd beroep op AVAS is nodig dat er dwaling omtrent het recht of dwaling omtrent feiten of dat er maximale zorg is gevergd.

 

Strafuitsluitingsgronden beginnen allemaal met de zinsnede niet strafbaar is hij die een strafbaar feit begaat.....

 

Wettelijke Strafuitsluitings-gronden

af gekort

WOONA

 

 

1.      Wettelijk voorschrift

Als iemand een wettelijk voorschrift uitvoert en daardoor een strafbaar feit begaat, dan is hij daarvoor niet strafbaar. (Twee geschreven regels komen met elkaar in botsing)

 

2.      Ontoerekeningsvatbaar

het feit is wel gepleegd maar er valt hem vanwege gebrekkige ontwikkeling- of ziekelijke stoornis van de geestvermogens geen verwijt te maken

 

 

 

3.      Overmacht in ruime zin

Overmacht is elke kracht, dwang waaraan men geen weerstand kan bieden. We onderscheiden overmacht in enge zin, absolute overmacht (komt niet vaak voor)

Relatieve overmacht de dader/slachtoffer kan zich niet verzetten tegen de kracht, drang of dwang die door een derde persoon tegen hem wordt uitgeoefend.

 noodtoestand Bij noodtoestand pleegt iemand een strafbaar feit door de dwang van de omstandigheden

 

 

 

4.      Noodweer

van noodweer is sprake zelfverdediging, de verdediging moet binnen bepaalde proporties zijn gebleven. Ze moet geboden en noodzakelijk zijn. Als de verdediging te sterk in uitgevoerd kan men zich eventueel nog beroepen op noodweerexces. Dit is alleen toegestaan als deze overschrijding een onmiddellijk gevolg is geweest van een hevige gemoedsbeweging die door aanranding is veroorzaakt.

 

 

 

5.      Ambtelijk bevel

Een ambtelijk bevel is een mondelinge of schriftelijke opdracht van iemand of van een instantie die deze opdracht mocht geven. Gezagsverhouding is hier van belang.

 

 

 

Onbevoegd ambtelijk bevel Blz. 22 hfdst 7

Poging Een poging tot een misdrijf is strafbaar, een poging tot een overtreding is in principe niet strafbaar. In bijzondere wetten

kan de wetgever dit wel strafbaar stellen. Vrijwillige terugtrekking van de dader brengt straffeloosheid met zich mee. Om strafbaar te

zijn voor een poging tot misdrijf moet de dader een uitvoeringshandeling hebben verricht. Het treffen van voorbereidingen tot het begaan

van een misdrijf is alleen strafbaar als het gaat om een misdrijf waar meer dan 8 jaar gevangenisstraf op is gesteld.

Een deelnemer aan een strafbaar feit kan strafbaar zijn in de hoedanigheid van dader of Medeplichtige.

Deelnemers

(Dump’m)

Dader = hij die het strafbare feit pleegt

(Dump)

1.    Doen Plegers

2 daders

intellectuele dader, hij is op het idee gekomen, en is strafbaar

materiële dader, hij voert het feit uit, deze kan zich beroepen op strafuitsluitingsgrond en is niet strafbaar De materiële dader moet gehandeld hebben zonder opzet of schuld.

2.    Uitlokkers

Min. twee daders, de intellectuele dader en de materiële dader. Bij uitlokking moeten beide daders strafbaar zijn. De intellectuele dader is degene die een ander willens en wetens uitlokt om een feit te plegen Uitlokkingmiddelen zijn: giften, belofte, misbruik van gezag, geweld, bedreiging, misleiding, en het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen.

3.    Medeplegers

2 of meer daders die een bewuste samenwerking met een of meer handelingen van een strafbaar feit.

4.    Plegers

pleegt het strafbare feit helemaal alleen

Medeplichtige  kan in principe alleen bij misdrijven.

Het initiatief gaat bij medeplichtigheid altijd van een ander uit! De maximum gestelde hoofdstraf wordt bij medeplichtigheid met éénderde verminderd.

Bij medeplichtigheid is de verdachte strafbaar als hij of ondersteuningshandelingen of voorbereidingshandelingen verricht. Het gaat er bij medeplichtigheid juist om dat de medeplichtige geen uitvoeringshandelingen mag verrichten.

Samenloop Twee strafbepalingen:

Ø      Eerste strafbepaling. Ééndaadse samenloop - de strafbare gedraging kan dan onder de werking van meer dan één artikel

Ø      worden ondergebracht. Slechts één van deze bepalingen wordt toegepast, bij verschil die waarbij de zwaarste hoofdstraf is gesteld.

Ø      Twee strafbepalingen: Als een strafbaar feit onder een algemene strafbepaling valt, maar voor het feit is ook een bijzondere

Ø      strafbepaling geschreven dan gaat de bijzondere strafbepaling voor de algemene strafbepaling.

Ééndaadse samenloop 1 feit meerdere artikelen van toepassing. Bijzondere strafbepaling heeft 1 of meer bestanddelen dan de algemene

de bijzondere wordt toegepast.

Meerdaadse samenloop meerderen opeen volgende strafbare feiten alle strafbepalingen worden opgeteld.

Misdrijven die door een ambtenaar gepleegd kunnen worden.

Commune delicten: Dit zijn strafbare feiten die door iedereen gepleegd kunnen worden.

Als een ambtenaar ook nog een ambtsplicht schendt of hij maakt gebruik van macht, gelegenheid of middel door zijn ambt geschonken kan

strafverzwaring tot gevolg hebben.

Ambtenaar is hij die door het openbare gezag is aangesteld tot een openbare betrekking om een deel van de taak van de staat of zijn

organisatie te verrichten.

Misdrijven en ambtsmisdrijven

Ambtsmisdrijven en ambtsovertredingen: Dit zijn strafbare feiten die alleen door een opsporingsambtenaar gepleegd kunnen worden.

Meineed

Het opzettelijk afleggen van een valse verklaring onder ede

Valsheid in geschrifte

het geschrift moet het oogmerk hebben om het als echt en onvervalst te gebruiken. Authentieke akte: Een authentieke akte moet aan twee voorwaarden voldoen:

• De akte moet in de vereiste vorm zijn opgemaakt.

• De akte moet zijn opgemaakt door een ambtenaar die daartoe bevoegd was.

De waarde van een authentieke akte is dat, onder andere, de rechter bij terechtzittingen zonder meer mag aannemen dat wat in de authentieke akte staat, waar is.

Omkoping

Actieve omkoping en passieve omkoping: Het omkopen van een ambtenaar door een burger is actieve omkoping en de ambtenaar die zich laat omkopen is passieve omkoping.

  • Het omkopen van een ambtenaar door een burger wordt actieve omkoping genoemd.
  • Het aannemen van een gift of de belofte die de burger heeft gedaan aan de ambtenaar, wetende dat deze is gedaan n.a.v. wat deze in zijn bediening in strijd met zijn plicht heeft gedaan of nagelaten wordt passieve omkoping I genoemd.
  • Het aannemen van een gift of de belofte van een burger, voor wat de ambtenaar in zijn bediening (werkzaamheden/niet in strijd met zijn plicht) in de toekomst nog moet doen of nalaten, zonder daardoor in strijd met zijn plicht te handelen, wordt passieve omkoping II genoemd

Huisvredebreuk

Huisvredebreuk: Onder het begrip huisvrede worden de volgende zaken verstaan:

• Woning. Bijv. Woonwagens, tenten en een hotelkamer

• Besloten lokaal. Bijv. Schuren, scholen, bedrijfsruimten, kerken, cafés, winkels e.d.

• Besloten erf. Bijv. Een stuk grond dat is afgescheiden door een omheining

Ambtelijke huisvredebreuk en diens ondanks binnentreden: Diens ondanks binnentreden heeft de betekenis van binnentreden zonder toestemming van de rechthebbende. Het heeft dezelfde betekenis als ambtelijke huisvredebreuk. Ambtelijke huisvredebreuk is een ambtsmisdrijf. Het kan alleen door een ambtenaar gepleegd worden.

Algemene ambtsplicht en bijzondere ambtsplicht:

Een algemene ambtsplicht is een ambtsplicht die voor alle ambtenaren geldt.

Een bijzonder ambtsplicht komt voort uit de werkzaamheden die slechts voor een bepaalde categorie ambtenaren geldt. Een ambtenaar

die een bijzondere ambtsplicht heeft geschonden komt in aanmerking voor strafverzwarende omstandigheden. Hieruit mag worden afgeleid

dat het schenden van een algemene ambtsplicht niet in aanmerking komt voor een zwaardere straf.

Strafverzwaring en strafvermindering:

• Bijzondere ambtsplicht schenden en gebruik van macht, gelegenheid of middel door zijn ambt geschonken >> straf wordt, met uitzondering

van geldboete, met 1/3 verhoogd.

• Verrichten van voorbereidingshandelingen (misdrijf) >> straf wordt met 1/2 verminderd.

• Medeplichtigheid (verricht geen uitvoeringshandelingen) >> straf wordt met 1/3 verminderd.

Misdrijven die tegen een ambtenaar gepleegd kunnen worden

1.    ambtsdwang

een ambtenaar door geweld of bedreiging wordt gedwongen tot het volvoeren van een ambtsverrichting of het nalaten van een rechtmatige ambtsverrichting en de ambtenaar is niet met het uitoefenen van een bevoegdheid bezig (vooraf)

2.    wederspannigheid

als een ambtenaar door geweld of bedreiging wordt gedwongen tot het niet volvoeren van een ambtsverrichting of het nalaten van een rechtmatige ambtsverrichting en de ambtenaar is met het uitoefenen van een bevoegdheid bezig (tijdens de handeling) Ook burgers die krachtens een wettelijke verplichting of op verzoek van de ambtenaar bijstand verlenen vallen onder de bescherming van het misdrijf wederspannigheid.

3.    bevel, vorderingen handeling van een ambtenaar

ü      Het opzettelijk niet voldoen aan bevel of vordering krachtens wettelijk voorschrift.

ü      Opzettelijk enig handeling beletten, belemmeren of verijdelen van een ambtshandeling.

Is gericht op de activiteit van de ambtenaar het opzettelijk

4.    zich niet verwijderen na een bevel of vordering van bevoegd gezag

Degene die het bevel krijgt om zich te verwijderen dient dit direct te doen. Het bevel kan alleen gegeven worden aan omstanders die opschudding veroorzaakt.

5.    eenvoudige belediging

is het opzettelijk aanranden (aantasten of krenken) van iemands eer of goede naam.

ü       in het openbaar mondeling of bij geschrift

ü      in iemands tegenwoordigheid mondeling of feitelijk

ü      door een toegezonden of aangeboden geschrift of afbeelding

Deze misdrijven zijn absolute klachtmisdrijven. Een uitzondering hierop is de belediging van een ambtenaar in functie dit is namelijk een zogenaamd ambtshalve vervolgbaar delict.

6.    valse aangifte of klacht

De opsporingsambtenaar moet aantonen dat de aangever cq klager weet dat het SF, niet gepleegd is

Ambtshalve vervolgbare delicten en op klacht vervolgbare delicten Bij ambtshalve vervolgbare delicten kan het openbaar

ministerie zelfstandig ingrijpen als een persoon een strafbaar feit pleegt, desnoods tegen de wil van de benadeelde. Bij op klacht

 vervolgbare delicten kan een opsporingsonderzoek zonder een klacht in principe niet worden ingesteld.

Wetmatig en rechtmatig Als een opsporingsambtenaar een artikel kan aanwijzen waarop zijn optreden berustte dan is zijn optreden

wetmatig. Als zijn optreden voldoet aan de zogenaamde beginselen van een behoorlijke procesorde dan is zijn optreden ook rechtmatig.

Ambtelijk bevel gegeven door bevoegd ambtenaar en door de wet gedekt.

Verzet tegen een ambtenaar die een onrechtmatige ambtshandeling verricht is niet strafbaar. Ook lijdelijk verzet is niet strafbaar,

de verdachte hoeft namelijk aan zijn onderzoek niet mee te werken.

Beletten, belemmeren en verijdelen – verzet tegen ambtenaar Het is verboden om een ambtenaar die een wettelijk voorschrift uitvoert,

daarin te beletten (de ambtshandeling wordt voorkomen of onmogelijk gemaakt), te belemmeren (de ambtshandeling wordt bemoeilijkt,

zonder dat deze onmogelijk wordt gemaakt opschudding veroorzaken) of deze handelingen te verijdelen (de ambtshandeling wordt

krachteloos gemaakt).

Valse identiteit Is strafbaar als door het bevoegde gezag naar de gegevens is gevraagd en de verdachte cq getuigen geven bewust

valse gegevens op.

Niet voldoen aan legitimatieplicht is strafbaar degene die niet voldoet aan de verplichting een identiteitsbewijs ter inzage aan te bieden.