Dit hoofdstuk in Word klik hier Hfdst 2

Formeel strafrecht

 

Strafvordering heeft als doel zoeken en vinden van de waarheid.

Verdachte

verdachte

Voordat de vervolging is begonnen

Degene te wiens aanzien uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit voortvloeit

Nadat de vervolging is begonnen

Degene tegen wie de vervolging is gericht

Voorwaarden voor de verdenking

ü      concrete feiten of omstandigheden

ü      redelijk vermoeden van schuld

ü      enig strafbaar feit

Tekstvak:  Gradaties van verdenking

Heterdaad ontdekking het strafbare feit wordt ontdekt terwijl het begaan wordt of terstond direct erna.

Afgesleten heterdaad het strafbare feit wordt op heterdaad ontdekt echter de verdachte maakt zich uit de voeten, zolang de

opsporingsambtenaar onafgebroken met een bepaalde zaak bezig is, is er sprake van ontdekking op heterdaad.

Opsporingsambtenaren Hier onder word verstaan alle personen met de opsporing van het strafbare feit belast

 

De algemeen opsporingsambtenaar Art. 141 WvSv

De buitengewoon opsporingsambtenaar Art. 142 WvSv

  1. Officieren van Justitie
  2. Ambtenaren, aangesteld voor de uitvoering of vrijwillige ambtenaren aangesteld voor de van de politietaak en bijz. ambtenaren van politie
  3. De officieren en onderofficieren van de Koninklijke Marechaussee en door de min. V. Justitie en Defensie aangewezen andere militairen van dat wapen.

A.     Individuele aanwijzing

B.     Categoriale aanwijzing

C.     Aanwijzing bij bijz. wetten of verordeningen

 

Hulpofficieren van Justitie: zijn taak is om leiding te geven aan opsporingsonderzoeken en hierover zo nodig te overleggen met de

officier van justitie. Dit kunnen ook buitengewoon opsporingsambtenaren zijn.

Bevoegdheden van de opsporingsambtenaar

Opsporingsbevoegdheden en toezichtbevoegdheden

Opsporingsbevoegdheden zijn opgenomen in het WvSr en kunnen alleen worden toegepast als er een redelijk vermoeden bestaat dat een

strafbaar feit gepleegd is of wordt gepleegd Het doel is waarheidsvinding in een strafzaak.

Toezichtbevoegdheden (Algemene wet bestuursrecht en bijz. wetten) dit zijn alle bevoegdheden van iemand die als toezichthouder voor

een bepaalde wet is aangewezen. Dit is nog de fase waarin nog niets aan de hand is. (geen verdenking).

Onrechtmatig verkregen bewijs is bewijs dat verkregen is op het moment dat er nog geen sprake was van een verdachte

De volgende beginselen zijn van belang voor een rechtmatig optreden (behoorlijke procesorde):

Het proportionaliteitsbeginsel. De bevoegdheid die de opsporingsambtenaar uitoefent moet in verhouding staan tot het doel.

Het subsidiariteitsbeginsel. Doel bereiken op de manier die het minst ingrijpend is. (Bijv. Als de persoon meerdere

verdedigingsmiddelen tegen een aanvaller tot zijn beschikking heeft moet hij de minst ingrijpende gebruiken)

Fair Play. De opsporingsambtenaar moet voor het bereiken van zijn doel de verdachte eerlijk behandelen.

Verbod van misbruik van bevoegdheden/détournement de pouvoir. (De opsporingsambtenaar mag geen bevoegdheden uit een wet

gebruiken om een doel uit een andere wet te bereiken.) Als er sprake is van onrechtmatig optreden dan is er sprake van onrechtmatig

verkregen bewijs.

Voortgezette toepassing Treft de opsporingsambtenaar bij een rechtmatig ingestelde bevoegdheid toevallig (en ongezocht) ander

bewijsmateriaal aan, dan is ook dat rechtmatig aangetroffen (Geweerarrest).

Vrijwilligheid Eisen voor de vrijwillige medewerking zijn:

• De toestemming moet blijken.

• De betrokkene moet zich bewust zijn van het feit dat hij van bepaalde rechten afziet.

• De toestemming moet in vrijheid zijn gegeven.

Medewerking door verdachte De verdachte moet toelaten dat de opsporingsambtenaar zijn bevoegdheden uitoefent. Men noemt

dit de zogenaamde gedoogplicht. Verzet hij zich hierbij met geweld dan zal hij zich schuldig maken aan het misdrijf wederspannigheid.

De verdachte hoeft niet mee te werken aan zijn eigen veroordeling hij mag zwijgen, wat de naam betreft mag hij ook zwijgen en als hij

deze wel zegt moet het wel de juiste gegevens zijn.

Aangifte is een kennisgeving van een strafbaar feit.

Klacht is een aangifte met verzoek tot vervolging.

ü      Aangifte geschied op schrift en ondertekend

ü      Door een bevoegde ambtenaar, die bevoegd is het strafbare feit, waar aangifte van gedaan word, op te sporen. Is verplicht deze op te nemen

ü      Een aangifte van overtreding verjaard naar 2 jaar

ü      Geen leeftijd grens

Er zijn een aantal misdrijven, waarbij met een aangifte niet kan worden volstaan, er moet dan een klacht worden ingediend. Zonder deze klacht kan geen opsporingsonderzoek worden ingesteld.

absolute klachten delicten is de klacht altijd nodig (bijvoorbeeld eenvoudige belediging).

relatieve klachten delicten is in de regel geen klacht vereist. is alleen nodig als er tussen de dader of de medeplichtige en de benadeelde een bepaalde graad van verwantschap bestaat. Tot het ontvangen van een klacht is elke Officier en elke hulpofficier van justitie bevoegd en verplicht. Leeftijd is vanaf 16 kan je een klacht indienen.

Een valse aangifte of klacht is strafbaar.

Een klacht kan tot 8 dagen na haar indiening worden ingetrokken. Een aangifte kun je niet intrekken.

Dwangmiddelen mag je alleen toepassen als er in beginsel sprake moet zijn van een verdachte of verdenking.

Verdachte is, voordat de vervolging is begonnen aangemerkt, degene te wiens aanzien uit Feiten of Omstandigheden een

REDELIJK VERMOEDEN van SCHULD aan enig STRAFBAARFEIT voortvloeit.

Dwangmiddelen ten aanzien van de persoonlijke vrijheid

elke vorm van vrijheidsbeneming is geregeld in een wet dit staat in de grondwet.

Staande houden

Iedere opsporingsambtenaar is bevoegd om een verdachte staande te houden. Staande houden wil zeggen kort ter plaatse houden,

wanneer de verdachte zich tracht te verwijderen kan de opsporingsambtenaar hem tot staande blijven dwingen. De verdachte is niet

verplicht om op de gestelde identiteitsvragen antwoord te geven. Onder een aantal voorwaarden mag de opsporingsambtenaar de

verdachte aan de kleding onderzoeken en ook zijn bagage om zijn identiteit vast te stellen. Als dat geen succes oplevert kan hij de

verdachte aanhouden en voorgeleiden aan de (hulp)officier van justitie, mits de verdachte op heterdaad is betrapt, of wordt verdacht

van een feit waarop voorlopige hechtenis is toegelaten. weigering is niet strafbaar. Het opgeven van verkeerde identiteitsgegevens is

wel strafbaar. In officiële stukken, zoals het proces-verbaal van een buitengewoon opsporingsambtenaar, moet de gehuwde vrouw

 met haar eigen naam worden vermeld. Een minderjarige moet v.w.b. de woonplaats de wettelijke vertegenwoordiger volgen.

Een getuige mag niet worden staande gehouden.

Toonplicht identiteitsbewijs.

Art2 van de Wet op de identiteitsplicht, verplicht een ieder die de leeftijd van veertien jaar heeft bereikt, op eerste vordering van

bepaalde bij de wet aangewezen ambtenaren zijn identiteitsbewijs ter inzage aan te bieden.

In artikel 92 Wet Personenvervoer is de verplichte identificatie, vanaf 12 jaar, van diegene die op zwart rijden word betrapt.

Aangewezen legitimatiebewijzen

ü      Een geldig nationaal paspoort van het koninkrijk der Nederlanden

ü      Een geldige Identiteitskaart

ü      Een geldige Rijbewijs

Inzage vorderen van identiteitsbewijs alleen ambtenaren aangesteld voor de uitvoering van de politie taak en buitengewoon

opsporingsambtenaren, als redelijkerwijs noodzakelijk is voor de uitvoering van hun taak.

Identificatiefouillering is toegekend aan die buitengewoon opsporingsambtenaar die beschikken over de zogenaamde

politiebevoegdheden art.8 lid 1 en 3 van de politiewet 1993.

Aanhouden is iemand zijn vrijheid ontnemen met het doel hem te geleiden voor de organen van justitie en politie.

Aanhouden bij ontdekking op heterdaad Een ieder die een strafbaar feit op heterdaad ontdekt, heeft de bevoegdheid om de

verdachte aan te houden. Dit geldt zowel voor ontdekking op heterdaad van een misdrijf als van een overtreding.

Uit een uitspraak van de Hoge Raad blijkt dat heterdaad zich uitstrekt over een periode van bijna 30 uren.

Onverwijld over dragen Burgers kunnen de verdachte overdragen aan een opsporingsambtenaar met evt. inbeslag

genomen voorwerpen,  de opsporingsambtenaar zorgt dat de verdachte ten spoedigste voorgeleid wordt bij de (h)Ovj.

Een (h)Ovj die aanhoudt hoeft niet voor te geleiden aan een (h)Ovj,

Dan kan de verdachte overgebracht worden naar plaats van verhoor.

Aanhouden bij ontdekking buiten heterdaad

Opsporingsambtenaren mogen dit uitsluitend doen als het optreden van de (h)Ovj niet kan worden afgewacht.

Het kan dan alleen voor strafbare feiten waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten

(dit is in ieder geval toegelaten voor misdrijven waarop een gevangenisstraf van 4 jaar of meer is gesteld,

bijvoorbeeld verduistering, oplichting, flessentrekkerij e.d.).

Kan optreden Ovj worden afgewacht

ja

1ste bevoegde Ovj houdt aan

 

 

nee

Kan de hOvJ worden afgewacht?

Ja

2de bevoegd hOvJ houdt aan

 

 

 

nee

3de bevoegde Opsporingsambtenaar houdt aan TENZIJN de (h)Ovj niet kan worden afgewacht.

Vervolging van de verdachte begint op het moment waarop een rechter in de zaak wordt betrokken.

Voorgeleiding de (h)Ovj moet toetsen of de aanhouding rechtmatig is, de opsporingsambtenaar en de verdachte word gehoord.

Is het onrechtmatig moet de verdachte onmiddellijk in vrijheid worden gesteld, in het andere geval zal de verdachte

op bevel worden opgehouden voor onderzoek. Nu begint de termijn van 6 uur, ophouden voor onderzoek.

1ste termijn van ophouden.

  1. ophouden voor onderzoek

het onderzoeken van de verdachte van zijn betrokkenheid bij het Strafbare feit, en evt. vaststellen van zijn identiteit.

Het bevel tot ophouden voor verhoor wordt gegeven door (h)Ovj.

De verdachte wordt gehoord en er worden evt. foto cq video, vingerafdrukken en lichaamsmaten genomen ter identificatie.

De duur is Max. 6 uur de uren van 0:00 – 9:00 tellen niet mee.

Het verhoor =

het stellen van vragen door een opsporingsambtenaar aan de verdachte over diens betrokkenheid bij het strafbare feit,

de identiteit vragen vallen hier niet onder.

Diegene die het verhoor afneemt, moet zich onthouden van alles waarvan achteraf gezegd kan worden,

dat het ervoor heeft gezorgd dat de verdachte zijn verklaring niet in vrijheid heeft afgelegd. De verdachte hoeft geen verklaring af te

leggen, dit is hem voor het verhoor doormiddel van de cautie medegedeeld, en moet vermeld worden in het proces verbaal.

De verklaring van de verdachte moet zoveel mogelijk in zijn bewoordingen in het proces verbaal komen.

2de termijn van ophouden.

  1. Ophouden ter identificatie

het bevel voor verlenging wordt gegeven door (h)Ovj en gebeurt alleen als de identiteit niet bekend is van de verdachte van strafbaar feit,

waarvoor geen voorlopige hechtenis op staat.

De duur is Max. 6 uur de uren van 0:00 – 9:00 tellen niet mee.

En zeker geen verhoor meer. er worden evt. foto cq video, vingerafdrukken en lichaamsmaten genomen ter identificatie.

Inverzekeringstelling en verlenging inverzekeringstelling Alleen bij strafbare feiten waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten en

het in belang is van het onderzoek. De (h)Ovj maakt het bevel tot inverzekeringstelling.

De duur is maximaal 3 dagen en kan nog eens 3 dagen worden verlengd.

Inbewaringstelling indien op bepaalde gronden noodzakelijk blijkt dat de verdachte niet in vrijheid wordt gesteld, de

rechter-commissaris op vordering van de Ovj, de Max.

Duur is 14 dagen.

Termijnen van ophouden in nummers

6 uur 6 uur 3 dagen 3 dagen 14 dagen in hechtenis 90 dagen

Rechten verdachte bij het verhoor

• Niet tot antwoorden verplicht/zwijgrecht/cautie.

• Bijstand van een raadsman.

• Kennisneming van bepaalde processtukken.

Bijstand van een raadsman Ingevolge de bepaling van artikel 50 WvS heeft de raadsman:

A) vrije toegang tot de verdachte, die rechtens zijn vrijheid is ontnomen (ook de verdachte die is aangehouden en voorgeleid maar

nog niet in verzekering is gesteld of in het geheel niet in verzekering gesteld zal worden);

B) het recht hem alleen te spreken;

C) het recht brieven met hem te wisselen, zonder dat van de inhoud daarvan door anderen wordt kennis genomen

(vrij mondeling en schriftelijk verkeer). Dit verkeer is aan drie beperkingen onderworpen:

1.      het geschiedt onder het vereiste toezicht;

2.      het vindt plaats met inachtneming van de huishoudelijke reglementen van de

betrokken bewaarinstelling;

3.      het onderzoek mag daardoor niet worden opgehouden.

Rechtbijstand = dat een iedere verdachte, tijdens het onderzoek dat tegen hem loop, zich kan laten bijstaan door een raadsman ook

wel advocaat genoemd. De raadsman heeft vrije toegang tot de verdachte. Spreken en briefwisseling zonder dat de inhoud bekend is.

Voorwaarden voor dit vrije verkeer:

ü      Moet onder vereist toezicht plaats vinden

ü      Inachtneming van de huisregels van de instantie waar de verdachte is ingesloten.

ü      Het onderzoek mag niet worden opgehouden.

Beperking verhoor zal gebeuren als er uit bepaalde omstandigheden een ernstig vermoeden voortvloeit dat het vrije verkeer misbruikt

zal worden, of dat er een poging is om de opsporing van de waarheid te belemmeren. Deze beperking kan voor Max 6 dagen en moet

bij de rechtbank worden voor gelegd, deze moet dan een vervangende raadsman toevoegen omdat de verdachte recht heeft op

een raadsman.

Kennisneming processtukken is een recht aan de advocaat en de verdachte. Toch kan in het belang van het onderzoek er bepaalde

stukken worden onthouden dit moet schriftelijk worden medegedeeld.

Processtukken die nooit mogen onthouden zijn:

ü      Proces verbalen van verhoor van de verdachte

ü      De procesverbalen van verhoren, waarvan de inhoud aan de verdachte mondeling volledig is medegedeeld.

Onderzoek aan en in het lichaam en aan de kleding

Ambtenaren, moet van iemands lichaam afblijven, tenzij er een wettelijke bepaling is die hen de bevoegdheid geeft om inbreuk te

maken op dit grondrecht te maken

Onderzoek ter inbeslagneming van voorwerpen

bevoegdheid

doel

voorwaarden

Door wie

1.    onderzoek aan kleding

F              aantreffen van voor Inbeslagneming vatbare voorwerpen

F               Waarheidsvinding

F              Aangehouden verdachte

F              Ernstige bezwaren

opsporingsambtenaar

2.    onderzoek aan het lichaam

Ovj of hOvJ

3.    onderzoek in het lichaam

Ovj uitgevoerd door een arts.

Onderzoek aan kleding het aftasten van de kleding en als dat voor het onderzoek noodzakelijk is ook een onderzoek in kleding.

Onderzoek aan het lichaam moet op een besloten plaats en voor zover mogelijk door hetzelfde geslacht.

Het is het betasten van de buitenzijde van het lichaam en het uitwendig schouwen van openingen en holten van het boven lichaam.

Onderzoek in het lichaam mag alleen door een arts worden gedaan en de Ovj bepaald.

ü Uitwendig schouwen van openingen en holes van het onder lichaam

ü Röntgenonderzoek

ü Echografie

ü Inwendig manueel onderzoek van de openingen en holten van het hele lichaam.

Fouillering

veiligheidsfouillering

*      Staat in de politiewet

*      Bij onmiddellijk gevaar voor veiligheid

*      Toegestaan bij personen

*      Oppervlakkig aftasten kleding

*      Ambt van politie aangesteld voor de uitvoering politie taak + aangewezen Boa’s

Fouillering t.b.v. strafvordering

*      Staat in het WvSv

*      Aan het lichaam:  OvJ of hOvj bepaalt

*      In het lichaam:     OvJ bepaalt

*      Kleding door:       bevoegde opsporingsambtenaar

*      Doel:                    bewijsmateriaal verzamelen

*      Toegestaan bij:    aangehouden verdachte tegen wie ernstige bezwaren bestaan.

Identiteitsfouillering

*   Staat in het WvSv

*   Aan en in de kleding + voorwerpen die de verdachte bij zich draagt of met zich voert.

*   Toegestaan bij staande gehouden of aangehouden verdachte

*   Door algemene opsporingsambtenaren + aangewezen Boa’s

Onderzoek aan kleding en voorwerpen worden wel een paar voorwaarden gesteld:

· Noodzakelijk voor de vaststelling van de identiteit.

· In het openbaar als redelijkerwijs nodig is om wegmaking of beschadiging, van het voorwerp waaruit de identiteit van de verdachte kan blijken, te voorkomen.

· Als het in het openbaar onderzoek heeft plaats gevonden moet, het hoe en waarom in het procesverbaal vermeld worden.

Gebruik sofinummer en onderzoek aan de kleding ter identificatie

Als de verdachte niet zijn identiteit wil vrij geven mag de algemeen opsporing ambtenaar, en BOA met politie bevoegdheid, vragen om zijn

sofi nummer, met het oog op de vaststelling van diens identiteit. Met het sofinummer kan de opsporingsambtenaar bij de basisadministratie

persoonsgegevens het zogenaamde A-nummer en de bij behorende personalia verkrijgen. Deze 2 moeten in het procesverbaal vermeld

worden, en het sofinummer moet vernietigd worden.

Inbeslagneming

is het onder zich nemen of gaan houden van een voorwerp ten behoeve van de strafvordering, is een dwangmiddel dat gericht is

 tegen goederen en niet tegen de persoon.

Inbeslagneming Opsporingsambtenaren kunnen voorwerpen in beslag nemen die:

· de waarheid aan het licht kunnen brengen in het onderzoek;

· het wederrechtelijk verkregen voordeel kan aantonen;

· de rechter verbeurd kan verklaren of aan het verkeer kan onttrekken (dit zijn sancties v.d. strafrechter).

Verbeurdverklaring is een bijkomende straf, die wordt opgelegd om de dader wegens zijn vergrijp pijnlijk te treffen.

Onttrekking

is een maatregel die de strafrechter oplegt teneinde de samenleving te beveiligen of de toegebrachte schade weg te nemen.

Bij inbeslagneming bij ontdekking op heterdaad kunnen opsporingsambtenaren en burgers voor inbeslagneming vatbare

voorwerpen die de verdachte met zich voert op elke plaats (dit zijn alle besloten plaatsen, waaronder ook, onder bepaalde

voorwaarden, de woning) in beslag nemen. Een burger is niet bevoegd om ter inbeslagneming bij ontdekking op heterdaad

een woning te betreden.

 

Inbeslagneming mogelijk?

 

 

Voorwerp vatbaar?

nee

Geen inbeslagneming

ja

 

 

Is betrokkene bevoegd?

nee

Geen inbeslagneming

ja

 

 

In beslag nemen.

 

 

Vatbaarheid zijn die voorwerpen die:

ü De waarheid aan de dag kunnen brengen

ü Wederrechtelijk verkregen voordeel aan kunnen tonen

ü Verbeurd (de verdachte krijgt het voorwerp niet meer terug) kunnen worden verklaard of

ü Ontrokken (het voorwerp is in strijd met de wet of het algemene belang) kunnen worden aan het verkeer.

Bevoegdheid inbeslagneming

 

Inbeslagneming bij aan en staande houding

Inbeslagneming op heterdaad en buiten heterdaad

Wie

degene die de verdachte aanhoudt of staande houdt,

opsporingsambtenaren

Wat

Vatbare voorwerpen

Vatbare voorwerpen

Voorwaarde

alleen de voorwerpen die de verdachte met zich voert.

Awob in acht nemen

Wanneer

 

Ontdekking strafbare feit op heterdaad

Of verdenking misdrijf art.67, lid 1 WvSv

Bevoegdheid bevriezingsmaatregel en doorzoeken vervoermiddel

 

Bevriezingsmaatregel nemen

Doorzoeken vervoer middel

Wat

Als redelijkerwijs nodig is om wegmaking, onbruikbaarmaking, onklaarmaking of beschadiging van de voor inbeslagneming vatbaar voorwerpen te voorkomen.

Doorzoeken van een vervoermiddel, met uitzondering van het woongedeelte zonder toestemming van de bewoner.

Wie

Opsporingsambtenaar

Opsporingsambtenaar

Wanneer

In afwachting van rechter of ambtenaar, die bevoegd is de plaats te doorzoeken

Ontdekking strafbare feit op heterdaad

Of verdenking misdrijf art.67, lid 1 WvSv

Doel

Inbeslagneming van daarvoor vatbare voorwerpen

Inbeslagneming van daarvoor vatbare voorwerpen

Bijzonderheid

Vrijheid van personen die ter plaatse zijn kunnen worden beperkt.

 

Extra bevoegdheid

 

ü Toegang voertuig verschaffen

ü Vorderen van bestuurder om het voertuig tot stilstand te brengen

ü Voertuig naar aangewezen plaats overbrengen

De uitlevering bevel

Wat

Uitlevering bevelen ter inbeslagneming van een voor inbeslagneming vatbaar voorwerp

Bij wie

Een persoon die redelijkerwijs moet worden vermoed houder van dat voorwerp te zijn.

Door wie

Opsporingsambtenaar

Wanneer

ü Verdenking art 67, lid 1 WvSv

ü Op en buiten heterdaad

Doel

Inbeslagneming van het betreffende voorwerpen

Beperking

Bevel mag niet gegeven worden aan verdachte

Afhandeling inbeslag genomen voorwerpen

Van de inbeslagneming moet procesverbaal worden opgemaakt en de persoon bij wie een voorwerp in beslag is genomen moet een bewijs

van ontvangst worden uit gereikt. Verder moet het voorwerp als het niet meer nodig is en de verwachting is niet dat het ontrokken aan het

verkeer of verbeurt verklaart wordt moet het om het voorwerp terug geven aan degene waar het inbeslag is genomen, of aan een ander als

degene waar het inbeslag is genomen schriftelijk afstand doet.

De voorwerpen die niet terug gegeven worden en die kunnen worden opgeslagen worden onder gebracht bij een aangewezen bewaarder.

Deze zijn

De griffier

in eerste aanleg waarvoor de zaak wordt vervolgd of vermoedelijk zal worden vervolgd.

ü                 gedrukte stukken,

ü                 edele metalen,

ü                 verdovende middelen

dienst regelingen

 

ü                 levende en dode dieren

hoofd van de divisie logistiek van het KLPD

 

ü                 wapens en munitie

De Nederlandse munt

 

ü                 munten die vermoedt worden vals, vervalst of geschonden te zijn.

De Nederlandse bank

 

ü                 bankbiljetten die vermoedt worden vals, vervalst te zijn.

Hoofd domeinen roerende zaken

 

ü                 voor alles waar geen andere bewaarder is aangewezen.

Betreden van plaatsen

Plaats is elke plaats die kan worden betreden.

De woning valt hier niet onder deze is beschermd in de grondwet (art 12) valt onder het HUISRECHT.

Begrip woning een van de buitenwereld afgesloten plaats waar iemand zijn privaat huiselijke leven leidt of pleegt te leiden.

Huisrecht houdt in: - binnen treden in een woning zonder toestemming van die bewoner mag alleen in gevallen bij of krachtens de

wet geregeld.

F                binnen treden in een woning zonder toestemming van die bewoner mag alleen door personen door de wet aangewezen

F                Aan de bewoner wordt een schriftelijk verslag van binnen treden verstrekt.

De Algemene Wet op binnentreden (Awob) regelt dit.

Elk lid van een gezin wordt als bewoner gezien. Een toestemming van een ouder gaat boven de weigering van een kind.

Art 1 Awob gaat over binnen treden met en zonder toestemming van de bewoner. Degene die binnen treed moet zich altijd legitimeren

 en zijn doel van binnen treden bekend maken.

Het betreden van plaatsen In beginsel is ieder lid van de huishouding gerechtigd de toegang tot de woning aan derden te ontzeggen.

Daarbij is het niet van belang of deze bewoner meerderjarig of minderjarig is. Het verbod prevaleert boven de toestemming

om een woning te betreden. Een opsporingsambtenaar heeft volgens art 55a WvSv de bevoegdheid om ter aanhouding van een

verdachte plaatsen te doorzoeken. Alleen;

-         Bij ontdekking van een SF op Heterdaad

-         Buiten heterdaad voor misdrijven waar voorlopige hechtenis op staat.

De opsporingsambtenaar heeft voor het doorzoeken van een plaats vooraf een machtiging nodig (schriftelijk of mondeling) van de

officier van justitie. In het geval van dringende noodzakelijkheid kan de officier van justitie achteraf door de opsporingsambtenaar op de

hoogte worden gesteld. De leidinggevende opsporingsambtenaar legitimeert zich altijd bij binnen treden op de machtiging die hij bij zich

heeft staan verder alle andere opsporingsambtenaren die hem vergezellen.

De legitimatie plicht en mededelingsplicht hoeft niet als er naar redelijke verwachting gevaar oplevert voor personen of goederen, feitelijk

 onmogelijk is dan wel naar redelijk verwachting de strafvordering schaadt voor misdrijven waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten.

Bevoegd om zonder toestemming van de bewoner, binnen te treden. Zonder machtiging in een woning, zijn

§         Rechters,

§         rechterlijke colleges,

§         leden van het openbaar ministerie en

§         Burgemeesters

§         Gerechtsdeurwaarder

In noodsituaties is het de opsporingsambtenaar toegestaan een woning te betreden zonder toestemming van de bewoner en zonder schriftelijke

 machtiging. Zijn binnentreden is dan geoorloofd, op grond van een beroep op overmacht en / of noodweer.

Pas op: De bevoegdheid om woningen te betreden zonder toestemming van de bewoner is niet te vinden in de Algemene wet op het

binnentreden, maar WvSv. Als in een andere wet deze bevoegdheid wordt verleend, dan geeft de Algemene wet op het binnentreden de

voorwaarden aan waaraan voldaan moet worden.

Personen die bevoegd zijn om een machtiging af te geven Degenen die bevoegd zijn om een machtiging af te geven zijn de:

Ø      • procureur-generaal bij het gerechtshof;

Ø      • officier van justitie;

Ø      • hulpofficier van justitie.

De burgemeester van een gemeente is bevoegd voor niet-strafrechtelijke doeleinden een machtiging af te geven, bijvoorbeeld in het geval

 een psychiatrische patiënt in een ziekenhuis moet worden opgenomen. De geldigheidsduur van deze machtiging is ten hoogste 3 volle dagen

(= tot 24.00 uur)

Na binnen treden is men altijd verplicht ( zonder toestemming van de bewoner dus);

-         een schriftelijk verslag maken op ambtseed of gelofte .Uiterlijk op de 4 de dag na de dag van binnen treden

moet het verslag aan de

-         verlener van de machtiging en de bewoner worden toe gezonden.

Heeft de hOvJ een machtiging af gegeven dan moet hij:

Verslag sturen naar;

- de bewoner

- de hOvJ

- de Ovj

Deze bovengenoemde plaatsen mogen alleen betreden worden bij ontdekking van een SF op heterdaad door een bevoegde

opsporingsambtenaar.

 

bevoegd zijn

tijdstip

op welke plaatsen

voor welke feiten

Opsporingsambtenaren

aanhouding op heterdaad

alle plaatsen (ook een woning zonder toestemming van de bewoner* Onder de voorwaarden van de Alg. wet op het binnentreden, legitimeren + doel binnentreden mededelen)

alle misdrijven en overtredingen

Opsporingsambtenaren

Pas op !! alleen als het optreden van de (h)Ovj niet kan worden afgewacht.

aanhouding buiten heterdaad

alle plaatsen, uitgezonderd de drie plaatsen uit art 12 AWBi*** (ook een woning zonder toestemming van de bewoner* Onder de voorwaarden van de Alg. wet op het binnentreden, legitimeren + doel binnentreden mededelen)

feiten waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten en het opgeven van valse identiteitsgegevens

Burgers

aanhouding op heterdaad

alle plaatsen uitgezonderd woningen zonder toestemming van de bewoner en de drie plaatsen uit art 12 AWBI

Uitsluitend voor misdrijven

Jeugdige personen

0 tot en met 11 jaar Deze groep kan niet strafrechtelijk worden vervolgd, wel kan volgens burgerrecht maatregelen worden getroffen.

Het instellen van een opsporingsonderzoek tegen deze groep is wel mogelijk.

12 tot en met 17 jaar zijn strafrechtelijk meerderjarig. Deze groep valt onder het jeugdstrafrecht.

18 jaar en ouder Strafrecht